Jimmy’s Hall

Jimmy’s Hall

Jimmys Hall

Jimmys Hall

‘Work for need, not for greed’, zegt Jimmy Gralton (Barry Ward) in Jimmy’s Hall. Daarmee toont hij zich de tegenpool van Gordon Gekko in de film Wall Street (‘Greed is Good’). Hij is zijn tijd ver vooruit, want het is pas 1932.

Jimmy Gralton, een naar Amerika geëmigreerde communist, is dan net teruggekeerd naar zijn Ierse geboortedorp. Ierland is zo’n tien jaar onafhankelijk van de Britten, maar leeft geestelijk onder de knoet van een repressief katholicisme. Gralton verzet zich daar tegen door ‘Jimmy’s Hall’ te bouwen. Een lokaal waar de dorpsbewoners boeken kunnen lenen, muzieklessen kunnen volgen, en kunnen zingen en dansen. Vooral dat laatste zorgt voor grote opwinding bij de katholieke leiders, die menen dat zang, dans en jazzmuziek trucs van de duivel zijn om de jeugd in het verderf te storten. De kerk en de economische elite bestrijden die vermeende uitspattingen, en Jimmy’s Hall, dan ook met steeds zwaardere middelen. Want uiteindelijk zijn ze natuurlijk vooral bang voor de door Gralton beoogde ontwikkeling van het volk.

Met Jimmy’s Hall bewijst Ken Loach zich weer als bevlogen verteller. Dit keer in een op historische feiten gebaseerd, fraai vormgegeven kostuumdrama. Ook in deze film toont Loach duidelijk, wie er volgens hem aan de verkeerde kant staan. Maar daar brengt hij wel nuances in aan. Zo blinkt de dorpspastoor uit in donderpreken en boze blikken, maar luistert hij ook graag dronken naar jazz-liedjes. Leuk en aanstekelijk zijn ook de dansscènes, die het drama de nodige lucht geven.

Getagd met ,